CO2 allocatie tussen verlader en vervoerder: van losse rapportage naar gezamenlijke sturing
Transportemissies worden doorgaans per contractjaar gerapporteerd, op basis van geaggregeerde cijfers die de vervoerder aanlevert. Diezelfde vervoerder rapporteert aan andere klanten met andere methodes, andere aannames en andere referentiejaren. Het resultaat is een set cijfers die op papier klopt, maar die operationeel niets stuurt: geen routekeuze corrigeert, geen beladingsgraad verhoogt, geen kostendrijver blootlegt. CO2 allocatie ketenpartners blijft in die situatie een rapportage-oefening, geen managementinstrument.
De MBI business case vertrekt vanuit het omgekeerde. MBI staat hier voor een meetbare samenwerking tussen verlader en vervoerder waarin kosten, CO2-uitstoot, beladingsgraad en afstandsefficientie op hetzelfde zendingsniveau worden gemeten, door beide partijen, op basis van een gedeelde methodiek. De aanleiding is niet louter duurzaamheid. Volgens Topsector Logistiek stijgen transportkosten de komende jaren structureel, onder andere door ETS-2 vanaf januari 2028 en blijvende druk op arbeids- en brandstofkosten. Een verlader die alleen op tarief stuurt en een vervoerder die alleen op ritbezetting stuurt, laten beiden margewinst liggen.
Voor verladers die straks onder de post-Omnibus CSRD vallen (EU-ondernemingen met 1.000+ medewerkers en 450M+ euro omzet) is dit geen theoretische vraag. Scope 3-rapportage dwingt tot een CO2 allocatie ketenpartners die herleidbaar is tot individuele ritten. Zonder gezamenlijke datastructuur is dat niet mogelijk, en een audit laat dat onmiddellijk zien.
In dit artikel
Waarom losse optimalisatie tussen schakels faalt
Een vervoerder optimaliseert zijn ritten op ritniveau: beladingsgraad, tourlengte, leegrijkilometers. Een verlader optimaliseert zijn flow op corridorniveau: servicetijden, zendingsvolumes, modaliteitsmix. Beide rekenmodellen zijn intern consistent, maar ze delen geen meetlat. De beladingsgraad die de verlader ziet, gerekend per verzonden pallet, is bijna nooit de beladingsgraad die de vervoerder ziet, gerekend per ingezette trailer-kilometer.
Die mismatch veroorzaakt twee effecten. Operationeel laat het marge liggen: overbodige ritten die niemand in zijn eentje ziet, een modaliteitskeuze die in theorie geoptimaliseerd is maar in de praktijk niet. Administratief produceert het inconsistente CO2-cijfers: eenzelfde rit krijgt bij de verlader een andere uitstoot dan bij de vervoerder, afhankelijk van welke energiefactor en welk toewijzingsmodel elk intern hanteert. Dat ondergraaft zowel de auditeerbaarheid van de Scope 3-rapportage als de operationele stuurkracht van het cijfer.
Wat een MBI business case meet
Een MBI business case meet vier assen tegelijk, op zendingsniveau, bij beide partijen. De Cost Performance Index (CPI) splitst de kosten per zending uit in brandstof, voertuiginzet, rijtijd en transactiekosten. De Load Performance Indicator (LPI) brengt de beladingsgraad, de leegrijratio en de afwijking ten opzichte van de theoretisch optimale route in beeld. De CO2-uitstoot per zending wordt berekend volgens ISO 14083, LRQE-geverifieerd, zodat hetzelfde cijfer zowel in een TMS-review als in een CSRD-dossier bruikbaar is. De vierde as is de shared savings: het deel van de gerealiseerde efficiencywinst dat de partijen contractueel met elkaar delen.
Loginex is een LRQE-geverifieerd platform voor ISO 14083 waarmee logistieke organisaties CO2-emissies per zending berekenen en toewijzen. Diezelfde rekenlaag voedt de MBI business case van verlader en vervoerder met identieke zending-resultaten.
Zonder deze gezamenlijke assen blijft de business case een optelling van twee monologen. Met deze assen ontstaat een stuurdocument dat aan beide kanten van de tafel hetzelfde betekent, en dat in een auditcontext standhoudt.
De datavoorwaarde: een gedeeld granulariteitsniveau
Een MBI-samenwerking staat of valt bij de granulariteit van de onderliggende data. Geaggregeerde CO2-cijfers per corridor of per maand zijn niet herleidbaar tot beslissingen. Alleen cijfers per zending, per voertuig en per modaliteit laten zien welke ritten kostbaar en emissie-intensief waren, en waarom.
Dat vraagt van de vervoerder dat ritdata (afstand, brandstofverbruik, tijdstempels, lading) direct uit het TMS doorstromen naar de rapportagelaag, zonder handmatige tussenstap. Van de verlader vraagt het dat zending- en ordergegevens op een gedeeld identificatieniveau beschikbaar zijn. Waar primaire data ontbreken, biedt de GLEC-fallback een defensibele tweede bron, mits die ook voor beide partijen herleidbaar is.
Let op: Een gezamenlijke MBI-aanpak vereist geen nieuwe software aan beide zijden. Verlader en vervoerder koppelen hun bestaande systemen aan een gedeelde rekenmotor en rapporteren vanuit een enkele dataset. De bottleneck zit vrijwel altijd in datakwaliteit, niet in platformkeuze.
Hoe de samenwerking in de praktijk loopt
De praktische invoering volgt een beperkt aantal stappen, die beide partijen parallel doorlopen. De rekenmotor, de rapportagelaag en het contractuele governance-kader worden in dezelfde cyclus opgetuigd. De eerste drie maanden gaan niet over rapportage, maar over datakwaliteit en scope.
Van intentieverklaring tot maandelijkse stuurcyclus
Scope afbakenen
Welke corridors, welke klanten en welke vervoerders vallen in de eerste meetcyclus. Begin smal, liefst met een corridor die zowel volume als stuurpotentieel biedt.
VoorbereidingData-integratie
TMS-koppeling en brandstofdata aan vervoerderszijde, orderdata aan verladerszijde. Alles op zending-ID, zodat de twee stromen in de rekenlaag samenkomen.
DatakoppelingBaseline meting
Drie maanden historische data in CPI, LPI en CO2. De baseline is het contractuele referentiepunt waartegen alle latere stuurcycli worden afgezet.
MetingDoelen en governance
Efficiencydoel, CO2-reductiedoel en shared-savings-formule contractueel vastleggen. Zonder deze stap blijft de dataset vrijblijvend.
GovernanceMaandelijkse stuurcyclus
Gezamenlijk reviewoverleg op basis van dashboard. Focus op de ritten met de grootste afwijking ten opzichte van de baseline, niet op de gemiddelden.
OperatieWat dit betekent voor CSRD en ETS-2
Voor verladers in de post-Omnibus CSRD-scope is Scope 3-transport een van de zwaarste categorieen om te rapporteren. Een MBI business case levert de datastructuur die daarvoor nodig is: auditeerbare cijfers per zending, consistent over meerdere vervoerders en meerdere jaren. De vervoerder bouwt in dezelfde beweging een commerciele propositie die niet meer op tarief alleen concurreert.
ETS-2 versterkt de urgentie. Vanaf januari 2028 worden wegtransportbrandstoffen bepreisd via het EU ETS-2 systeem, met handel in rechten vanaf 2027 en nalevingsverplichting vanaf mei 2029. Vervoerders zonder data op zendingsniveau kunnen hun kostenstijging niet toerekenen aan klanten of ritten. Verladers zonder die data kunnen de doorbelasting niet verifieren.
Vanaf januari 2028 geldt ETS-2 voor wegtransportbrandstoffen. Zonder CO2-cijfers per zending kan noch de vervoerder, noch de verlader de kostenstijging netjes toerekenen aan individuele ritten of klanten. Zonder MBI-structuur wordt die toerekening een bron van discussie in plaats van een stuurinstrument.
Wilt u een MBI business case opzetten met een specifieke vervoerder of verlader?
Loginex brengt de rekenlaag, de baselinemeting en de rapportagestructuur in kaart. In een adviesgesprek bespreken we welke corridor het eerst in aanmerking komt.
Vraag een quickscanOf bel direct: +31 84 833 21 11
Veelgestelde vragen
Wat is een MBI business case? +
Wat levert het verschil op met een traditionele contractrelatie? +
Hoe verhoudt de MBI business case zich tot CSRD-rapportage? +
Hoe lang duurt een typische invoering? +
Gerelateerde blogs
TransMission kiest voor Loginex Carbon Intelligence voor de berekening van CO2-uitstoot
CSRD pak het pragmatisch aan
In de stress voor CSRD? Zo hou je het pragmatisch!